Op een dag is het zo ver, de kleinste gaat voor het eerst naar school. Papa is zenuwachtig, mama is dol enthousiast en de kleinste zit bijna in tranen en tuiten dat hij zijn lievelingsknuffeltje moet achterlaten. Stiekem geeft mama hem dan zijn knuffeltje mee en zegt dat het allemaal wel goed komt, terwijl papa denkt dat hij de stoere bink is die wel zonder zijn knuffeltje kan.

De allereerste schooldag

Ze ontkomen er niet aan, de eerste schooldag. Heel spannend natuurlijk en er komen vast ook wel tranen. Maar dan is er natuurlijk altijd wel iets wat troost geeft en laat dat in dit voorbeeld nou speelgoed zijn. Misschien kun jij je de eerste schooldag niet meer herinneren toen je nog zo jong en klein was, maar jij had vast ook troostspeelgoed. Denk aan een pop, een actiefiguur, een dekentje of een puzzel waar je gek op was. De een was er al snel overheen en de ander moest zijn lievelingsknuffel wel een jaar mee naar de peuterspeelzaal of zelfs nog mee naar de basisschool. En dan waren er ook nog van die dagen dat je, je eigen speelgoed mee mocht nemen. En wat nam jij dan mee? Natuurlijk, je lievelingsspeelgoed en papa en mama maar zeuren dat je het niet kwijt mocht maken of dat het kapot ging. Want wie liet er dan ook weer tranen rollen? Juist ja, jij.

Speelgoed voor jong en oud

Als je echt nog een baby bent, dan is alles om je heen speelgoed. De ketting van mama, het haar van oma en het horloge van papa. Naarmate je ouder wordt ben je al kieskeuriger aan het worden. Want jij wil die rammelaar helemaal niet meer, jij wilt een actiepop of een barbiepop. En zodra je kon lopen wilde je de hele tijd met de poppenwagen rond. Je rende dan met de poppenwagen het hele huis rond of je was buiten met de wagen en liep een rondje om het huis omdat de pop even frisse lucht moest halen, jij speelde dus voor vader of moeder. Of je liep trots met de poppenwagen richting school met mama naast je en zodra je het schoolplein op kwam was de poppenwagen niet meer interessant want daar waren al je vriendjes en vriendinnetjes en zo werd het voor jou steeds makkelijker om zonder speelgoed naar school te gaan.

Houten speelgoed in alle vormen

Hier heeft ieder persoon zijn eigen geschiedenis mee, want wie had er nou geen houten speelgoed in de kamer liggen? Vaak begon het met een blokkendoos en iedereen maar torentjes bouwen. Het speelgoed werd steeds groter en natuurlijk ook leuker. Toen je al beter kon lopen ging er een stok tussen de benen wat dan zogenaamd een paard moest voorstellen of je speelde voor heks met een vliegende bezem.  Zodra je op zondagmiddag bij opa en oma op bezoek ging dan waren jij en je broertje of zusje de hele dag op de speelkamer, want opa en oma hadden natuurlijk het leukste speelgoed in huis. Of je pakte een bordspel om samen met iedereen te doen, zoals ‘mens erger je niet’ en iedereen had dan de grootste lol.

Van kaartspel tot bordspel

Er zijn natuurlijk ook kaarten om mee te spelen. Toen je nog te klein was om de kaarten vast te houden legde je ze trots op tafel en zei je dat ze niet bij jou mochten kijken, wat natuurlijk wel gebeurde. Je speelde leuk mee met de kaartspellen als pesten en duizenden, maar je snapte er uiteraard niet veel van. De tijd vloog voorbij en je speelde een tijdje niet meer met je speelgoed en deed ook niet meer mee met het kaarten. Je was een keertje op zolder met mama om je spullen op te ruimen, je was immers te oud geworden. En toen je daar mee bezig was kwamen al die leuke herinneringen terug en zeg je tegen je mama, ‘zullen we vanmiddag een potje gaan kaarten?’